Internationaal › Verspreiding · Laatst herzien 2026-05-16

Verspreiding van het Dutch Protocol

Samenvatting

De internationale verspreiding van het Dutch Protocol verliep in drie hoofdgolven: (1) endorsement door de Endocrine Society (2009, herzien in 2017), (2) integratie in de WPATH Standards of Care (SOC-7, 2012), en (3) overname van het model door klinieken in andere landen. In het Verenigd Koninkrijk nam de Tavistock GIDS in Londen het model over; volgens de Cass Review werden puberteitsremmers daar vanaf 2014 niet langer alleen binnen onderzoek gegeven, maar ook in de routinezorg (bron).

1. Sleuteldata

JaarGebeurtenis
2006Delemarre-van de Waal & Cohen-Kettenis werken het protocol verder uit (bron)
2009Endocrine Society Clinical Practice Guideline
2011Tavistock GIDS start de ‘early intervention study’ met puberteitsremmers (bron)
2012WPATH SOC-7
2014De Vries e.a. publiceren de uitkomsten bij 55 jongvolwassenen (bron)
2017Herziening Endocrine Society
2018Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg (NL)
2022WPATH SOC-8

2. Waarom verspreidde het zich zo snel?

In de literatuur worden meerdere factoren genoemd:

  • De auteurs publiceerden positieve uitkomsten in invloedrijke tijdschriften (Pediatrics, J Sex Med).
  • De richtlijnen van WPATH en de Endocrine Society vormden de basis voor de meeste andere richtlijnen (bron).
  • Vanaf 2014 namen de verwijzingen naar de Tavistock GIDS exponentieel toe (bron).

3. Afwijking in de implementatie

Volgens de Cass Review (2024) is de aanpak later uitgebreid naar een bredere groep adolescenten die niet aan de inclusiecriteria van de oorspronkelijke Nederlandse studie zou hebben voldaan. In het Verenigd Koninkrijk werden puberteitsremmers vanaf 2014 bovendien niet meer alleen binnen onderzoek gegeven maar ook in de routinezorg, terwijl het aantal verwijzingen exponentieel groeide, met een meerderheid van geboren meisjes in de vroege tienerjaren (bron).1

Kritische noot

Het belangrijkste bewijs voor het Dutch Protocol kwam volgens Biggs (2023) uit één Nederlandse longitudinale studie onder 70 adolescenten (De Vries e.a., 2011); de vervolgmeting van 2014 omvatte 55 jongvolwassenen. Biggs schrijft dat de gunstige uitkomsten op een klein aantal waarnemingen rustten (bron). Een Britse replicatiestudie (Carmichael e.a., 2021) vond volgens de Cass Review geen verandering in genderdysforie of psychisch functioneren, terwijl de eerste Nederlandse studie wel een verbetering van het psychisch functioneren liet zien (bron).2

Zie ook

Voetnoten

  1. Cass H. Independent review of gender identity services for children and young people: final report. NHS England; 2024.
  2. Biggs M. J Sex Marital Ther. 2023;49(4):348–68.