Studies › 1998 · Laatst herzien 2026-05-16
Cohen-Kettenis & van Goozen (1998)
Pubertal delay as an aid in diagnosis and treatment of a transsexual adolescent. Eur Child Adolesc Psychiatry. 1998;7(4):246–8.
Samenvatting
Dit casusrapport uit 1998 is een postoperatieve follow-upstudie van één vrouw-naar-man transseksuele patiënt die op 13-jarige leeftijd een LHRH-agonist kreeg, gecombineerd met psychotherapie, en op 18-jarige leeftijd geslachtsaanpassing onderging (bron). De auteurs wijzen erop dat vroege behandeling met cross-sekse hormonen (tussen 16 en 18 jaar) vaak als riskant wordt gezien, maar dat uitstel tot na de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken duidelijke nadelen heeft voor transseksuele personen. Volgens de Cass Review werd het gebruik van puberteitsremmers voor dit doel in deze ene casusstudie voor het eerst beschreven en daarna in het oorspronkelijke Nederlandse cohort (bron).
1. Opzet en steekproef
| Type | Enkelvoudig casusrapport |
|---|---|
| Steekproef | n = 1 (13-jarige FtM-patiënt) |
| Interventie | LHRH-agonist (puberteitsvertraging) gecombineerd met psychotherapie, gestart op 13-jarige leeftijd |
| Follow-up | Postoperatief; geslachtsaanpassing op 18-jarige leeftijd |
2. Bevindingen
Het artikel (titel: "Pubertal delay as an aid in diagnosis and treatment of a transsexual adolescent") presenteert de vertraging van de puberteit als hulpmiddel bij diagnostiek en behandeling. Volgens de Cass Review was de reden tweeledig: de diagnostische procedure ondersteunen door tijd te winnen om na te denken, en het op langere termijn beter kunnen "passeren" in het gewenste geslacht (bron).
3. Beperkingen
- n = 1: geen generalisatie mogelijk.
- Geen controlegroep.
4. Historische betekenis
Volgens de Cass Review werd het gebruik van puberteitsremmers voor deze indicatie voor het eerst gerapporteerd in deze ene casusstudie en daarna in het oorspronkelijke Nederlandse cohort (de Vries e.a., 2011) (bron).
Kritische noot
Een enkelvoudige casus (n=1) zonder controlegroep kan geen effect van de behandeling aantonen. Biggs (2023) concludeert dat het belangrijkste bewijs voor het Dutch Protocol kwam uit een longitudinale studie van 70 adolescenten en dat de claims dat de behandeling omkeerbaar is en een hulpmiddel bij de diagnose, steeds minder aannemelijk zijn (bron). Abbruzzese, Levine en Mason (2023) noemen de twee Nederlandse studies methodologisch gebrekkig (bron).1
Zie ook
- Klinische oorsprong: Oorsprong: Utrecht en VUmc (EN)
- Volgende publicatie: Delemarre & Cohen-Kettenis 2006 — formele protocolomschrijving
- Methodologische kritiek: Biggs — overzicht puberteitsblokkeerders (EN)
- Terug naar Studies-overzicht
Voetnoten
- Biggs M. The Dutch Protocol for juvenile transsexuals: origins and evidence. J Sex Marital Ther. 2023;49(4):348–68. Abbruzzese E, Levine SB, Mason JW. J Sex Marital Ther. 2023;49(6):673–99.