Studies โบ 2013 ยท Laatst herzien 2026-07-12
Steensma et al. (2013) โ desistance
Desisting and persisting gender dysphoria after childhood: a qualitative follow-up study. Clinical Child Psychology and Psychiatry. 2011;16(4):499โ516.
Samenvatting
Kwalitatieve follow-upstudie van kinderen met genderdysforie. De studie onderzocht welke factoren samenhangen met het voortbestaan (persistentie) of verdwijnen (desistance) van genderdysforie na de kindertijd. De bevindingen waren van grote invloed op de inclusiecriteria van het Dutch Protocol.
1. Steekproef
- Kwalitatieve interviews met 25 persisters en 8 desisters uit de oorspronkelijke VUmc-cohort.
- Deelnemers waren tussen 14 en 18 jaar ten tijde van het interview.
2. Geassocieerde factoren
- Sociale transitie vรณรณr de puberteit was sterk geassocieerd met persistentie.
- Intensiteit van cross-gender-identificatie in de kindertijd.
- Biologische sekse: FtM-jongeren toonden hogere persistentiepercentages.
3. Belang voor het protocol
De studie werd gebruikt als onderbouwing voor de stelling dat vroege sociale transitie de kans op persistentie verhoogt โ en daarmee als argument voor vroegtijdige behandeling. Critici stellen dat de causale richting onduidelijk is en dat de steekproef te klein is voor beleidsaanbevelingen.
4. Debat rond desistance
De desistance-literatuur is sterk bediscussieerd. Klassieke studies (Steensma 2013, Singh 2021) rapporteren persistentie van ~12โ27%; recentere studies (Olson 2022) op al sociaal getransitioneerde subgroepen tonen veel hogere persistentie. Zie ook FAQ vraag 6.