Studies › Steekproef & uitval · Laatst herzien 2026-05-16
Steekproefgrootte en uitval
Samenvatting
De belangrijkste Nederlandse uitkomststudie (de Vries 2014) beschrijft 55 van de 70 jongeren die in de eerste studie (2011) werden gevolgd: 15 minder, ongeveer 21%. Van de 15 is gedocumenteerd dat één deelnemer overleed na een operatie. Of de uitval at-random of differentieel was, blijft een methodologische zorg.
1. Uitvalstroom de Vries 2014
| Moment | n | Verlies tussen metingen |
|---|---|---|
| T0 — start GnRHa | 70 | — |
| T1 — start CSH | 70 | Geen: alle 70 begonnen met cross-sekse hormonen (bron) |
| T2 — 1 jr postop. | 55 | 15 minder dan bij T1, onder wie één overleden deelnemer |
2. Aard van de uitval
- Één deelnemer overleed aan necrotiserende fasciitis na vaginoplastiek (bron).
3. Effect op uitkomstmaten
Biggs (2023) schrijft dat de gunstige uitkomsten van de Nederlandse studie op een klein aantal waarnemingen rustten (bron). Als de uitval selectief is, bijvoorbeeld doordat slechter functionerende deelnemers minder vaak worden gemeten, kunnen de cijfers bij T2 de werkelijke uitkomst overschatten; dat is een denkbaar mechanisme, geen vastgesteld feit.1
4. Bredere context
De Gezondheidsraad schrijft in zijn advies van 30 juni 2026 dat veel studies te maken hebben met substantiële uitval van deelnemers en een beperkte follow-upduur, waardoor cijfers over stoppen, spijt of detransitie niet betrouwbaar kunnen worden vastgesteld (bron). Zie ook replicatiepogingen.2
Zie ook
- De studie zelf: de Vries 2014
- Methodologische analyse: Methodologische kritiek
- Replicatiestudies: Replicatiepogingen
- Terug naar Studies-overzicht
Voetnoten
- Biggs M. The Dutch Protocol for juvenile transsexuals: origins and evidence. J Sex Marital Ther. 2023;49(4):348–68.
- Gezondheidsraad. Transgenderzorg voor jongeren. Advies, 30 juni 2026.