Studies › Steekproef & uitval · Laatst herzien 2026-05-16

Steekproefgrootte en uitval

Samenvatting

De belangrijkste Nederlandse uitkomststudie (de Vries 2014) rapporteert uitval van n=70 bij T0 naar n=55 bij T2 — ongeveer 22%. De 15 ontbrekende deelnemers zijn deels gedocumenteerd: één overleed aan postoperatieve complicaties, anderen begonnen niet met cross-seksehormonen, weigerden follow-upmeting of waren niet meer bereikbaar. Of de uitval at-random of differentieel was, blijft een methodologische zorg.

1. Uitvalstroom de Vries 2014

MomentnVerlies tussen metingen
T0 — start GnRHa70—
T1 — start CSH~63Niet gestart of uitval (~7)
T2 — 1 jr postop.55Uitval, overlijden, geen meetgegevens (~8)

2. Aard van de uitval

  • Één deelnemer overleed aan necrotiserende fasciitis na vaginoplastiek.
  • Andere deelnemers waren niet meer bereikbaar of weigerden follow-upmeting.
  • De auteurs erkennen dat uitval mogelijk samenhangt met slechter psychologisch functioneren.

3. Effect op uitkomstmaten

Als de uitval differentieel is — d.w.z. slechter-functionerende patiënten worden minder vaak gemeten — kunnen geaggregeerde T2-cijfers de werkelijke gemiddelde uitkomst overschatten. Biggs (2023) heeft dit punt expliciet uitgewerkt en concludeert dat een sensitiviteitsanalyse ontbreekt.1

4. Bredere context

In follow-upstudies in vergelijkbare populaties (Costa 2015, Carmichael 2021 — zie replicatiepogingen) zijn vergelijkbare of hogere uitvalpercentages gerapporteerd. Het SBU-rapport (2022) stelt vast dat in geen van de beschikbare studies een formele intention-to-treat-analyse is uitgevoerd.2

Zie ook

Voetnoten

  1. Biggs M. The Dutch Protocol for juvenile transsexuals: origins and evidence. J Sex Marital Ther. 2023;49(4):348–68.
  2. SBU. Hormone therapy at gender dysphoria in adolescents — a systematic review. Stockholm; 2022.