Protocol › Follow-up · Laatst herzien 2026-05-16
Follow-up en nazorg
Samenvatting
Het Dutch Protocol omvatte drie gedocumenteerde meetmomenten: T0 vóór de start van GnRHa, T1 bij de start van cross-seksehormonen, en T2 circa één jaar postoperatief. Gestandaardiseerde instrumenten waren de Utrecht Gender Dysphoria Scale, de Body Image Scale, CBCL/YSR en de Beck Depression Inventory. Langetermijn-follow-up voorbij T2 werd in latere cohortstudies toegevoegd — zie /nl/studies/follow-up-studies-overview/.
1. Oorspronkelijke meetmomenten
De meetmomenten sluiten direct aan op de drie fasen van het protocol — zie /nl/protocol/de-drie-fasen/.
| Moment | Tijdstip | Inhoud |
|---|---|---|
| T0 | Basislijn, vóór GnRHa | Diagnostiek, vragenlijsten, somatische status |
| T1 | Bij start cross-seksehormonen (~16 jaar) | Herevaluatie, herhaalde vragenlijsten |
| T2 | ~1 jaar postoperatief | Functionele uitkomsten, psychologische toestand |
2. Uitkomstmaten
- Utrecht Gender Dysphoria Scale — 12-item vragenlijst, intensiteit dysforie.
- Body Image Scale — lichaamsbeleving-specifieke ontevredenheid.
- CBCL / YSR — gedrags- en emotionele problemen.
- Beck Depression Inventory — depressiescore.
- Trait Anxiety Inventory — angstmeting.
3. Beperkingen
Diverse reviewers (waaronder SBU 2022 en Cass 2024) hebben opgemerkt dat de oorspronkelijke follow-up van maximaal één jaar postoperatief — gemiddelde leeftijd circa 20 jaar — uitspraken over langetermijneffecten op identiteit, vruchtbaarheid, bot- en cardiovasculaire gezondheid beperkt.1 Latere cohorten hebben langere follow-upperiodes ingevoerd; zie /nl/studies/follow-up-studies-overview/ en /nl/studies/sample-size-and-attrition/.
Kritische noot
De UGDS — het centrale meetinstrument voor dysforie — gebruikt verschillende formuleringen voor MtF en FtM, wat directe T0/T2-vergelijking bemoeilijkt (Biggs 2023). Een recenter Fins registeronderzoek (Ruuska et al., 2026) rapporteert dat de psychiatrische zorgbehoefte na behandeling in feite toeneemt in plaats van afneemt — bevindingen die nauwelijks zichtbaar zijn in de oorspronkelijke Nederlandse protocolomeetinstrumenten, die zich richten op zelfrapportage van dysforie en niet op psychiatrisch zorgverbruik.2
Zie ook
- De drie fasen — waarop de meetmomenten T0/T1/T2 aansluiten.
- Follow-up studies — overzicht — alle gepubliceerde follow-upcohorten.
- De Vries et al. (2014) — de psychologische uitkomstsitudie op T2.
- Steekproefomvang en uitval — wie uitviel uit de oorspronkelijke cohorte.
- Methodologische kritiek — o.a. over UGDS-vergelijkbaarheid.
- SBU (2022) (EN) — Zweedse systematische review over bewijskracht.
- Cass Review (2024) (EN) — aanbevelingen voor langetermijn-follow-up.
Voetnoten
- SBU. Hormone therapy at gender dysphoria in adolescents — a systematic review. Stockholm: Swedish Agency for Health Technology Assessment; 2022.
- Biggs M. J Sex Marital Ther. 2023;49(4):348–68. Genderzorgen. Transgenderzorg onder de loep. Substack, 10 april 2026.