Protocol › Inclusiecriteria · Laatst herzien 2026-05-16

Inclusiecriteria

Samenvatting

Volgens de Cass Review gelden voor het oorspronkelijke Dutch Protocol als inclusiecriteria: een minimumleeftijd van 12 jaar, levenslange genderdysforie die rond de puberteit was toegenomen, psychologische stabiliteit zonder ernstige comorbide psychiatrische stoornissen die het diagnostische proces konden verstoren, en steun van het gezin (bron).

1. Diagnostische criteria

  • DSM-IV-TR-diagnose Gender Identity Disorder (later DSM-5: Genderdysforie).1
  • Persisterende cross-gender-identificatie sinds vroege kindertijd — ondersteund door Steensma 2013 (desistance-onderzoek).
  • Intensivering van dysforie bij het begin van de puberteit.
  • Een minimumleeftijd van 12 jaar en het bereikt hebben van Tanner-stadium 2 (bron).

2. Psychologische criteria

  • Psychologische stabiliteit, zonder ernstige comorbide psychiatrische stoornissen die het diagnostische proces konden verstoren (bron).
  • Voor de behandeling is toestemming vereist volgens de WGBO; zie geïnformeerde instemming (bron).

3. Sociale criteria

  • Steun van het gezin (bron).
  • Geen ernstige comorbide psychiatrische stoornissen die het diagnostische proces kunnen verstoren — zie exclusiecriteria (bron).

4. Verschuiving onder DSM-5

De DSM-5 van 2013 verving "gender identity disorder" door "gender dysphoria", waarmee de diagnose zich richt op het lijden en niet op de identiteit zelf (bron).2

Kritische noot

Volgens de Cass Review is de aanpak van het Dutch Protocol later uitgebreid naar een bredere groep adolescenten die niet aan de inclusiecriteria van de oorspronkelijke Nederlandse studie zou hebben voldaan; tegelijk veranderde de populatie die zich meldde, met in het Verenigd Koninkrijk vanaf 2014 een exponentiële groei van het aantal verwijzingen en een meerderheid van geboren meisjes in de vroege tienerjaren (bron). Abbruzzese, Levine en Mason (2023) noemen de Nederlandse basisstudies methodologisch gebrekkig en niet toepasbaar op de huidige groep jongeren, die vaker pas in de puberteit klachten krijgt, vaker psychische problemen heeft en vooral uit meisjes bestaat (bron).3

Zie ook

Voetnoten

  1. Delemarre-van de Waal HA, Cohen-Kettenis PT. Clinical management of gender identity disorder in adolescents. Eur J Endocrinol. 2006;155(S1):S131–7.
  2. American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. 5th ed. Arlington, VA: APA; 2013. Sectie 302.85.
  3. Abbruzzese E, Levine SB, Mason JW. The myth of "reliable research" in pediatric gender medicine. J Sex Marital Ther. 2023;49(6):673–99.