Protocol › Oorsprong · Laatst herzien 2026-05-16

Oorsprong: van Utrecht naar VUmc Amsterdam

Samenvatting

De zorg voor kinderen en jongeren met genderincongruentie startte in Nederland in 1987. Volgens de Cass Review werd het Dutch Protocol ontwikkeld door Peggy Cohen-Kettenis, oprichter van de Utrechtse kliniek, en werd het gebruik van puberteitsremmers voor dit doel voor het eerst gerapporteerd in een enkele casusstudie uit 1998 (Cohen-Kettenis en van Goozen), waarin de remmers bij een vrouw-naar-man transitie op 13-jarige leeftijd werden gestart (bron). Het protocol werd verder uitgewerkt in een artikel uit 2006 (Delemarre-van de Waal en Cohen-Kettenis) en in de prospectieve studie van de Vries e.a. (2011) onder de eerste 70 jongeren die tussen 2000 en 2008 puberteitsremmers kregen (bron).

1. Voorgeschiedenis: volwassenenzorg

De genderkliniek van de Vrije Universiteit Amsterdam registreert aanmeldingen van volwassenen sinds 1972 (bron), onder anderen met endocrinoloog Louis Gooren.1 Volgens de Cass Review lag de eerste klinische ervaring van Cohen-Kettenis in de volwassenenzorg (bron).

2. De casus van 1998

In 1998 publiceerden Peggy Cohen-Kettenis en Stephanie van Goozen, toen verbonden aan het Academisch Ziekenhuis Utrecht, onder de titel "Pubertal delay as an aid in diagnosis and treatment of a transsexual adolescent" een postoperatieve follow-upstudie van één vrouw-naar-man transseksuele patiënt die op 13-jarige leeftijd een LHRH-agonist kreeg, gecombineerd met psychotherapie, en op 18-jarige leeftijd geslachtsaanpassing onderging (bron) — zie /nl/studies/cohen-kettenis-1998/.2 Volgens de Cass Review was de reden tweeledig: de diagnostische procedure ondersteunen door tijd te winnen om na te denken, en het op langere termijn beter kunnen "passeren" in het gewenste geslacht (bron).

3. Formalisering 2006

Het protocol werd in 2006 verder uitgewerkt door Henriette Delemarre-van de Waal (kinderendocrinoloog, VUmc) en Cohen-Kettenis in het European Journal of Endocrinology — zie /nl/studies/delemarre-2006/.3 Volgens de Cass Review werden toen 54 patiënten behandeld (bron).

4. Sleutelfiguren

NaamRolPeriode
Louis GoorenEndocrinoloog, volwassen transgenderzorg1972–2005
Peggy Cohen-KettenisKlinisch psycholoog; volgens Cass oprichter van de Utrechtse kliniek—
Henriette Delemarre-van de WaalKinderendocrinoloog1990–2010
Annelou de VriesKinderpsychiater, follow-up cohort2000–heden
Thomas SteensmaDesistance-onderzoeker2005–heden

5. Verhuizing naar Amsterdam UMC

Na de fusie van AMC en VUmc tot Amsterdam UMC (2018) werd de polikliniek voortgezet onder de naam Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie, onderdeel van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Voor de huidige Nederlandse praktijk zie /nl/protocol/huidige-status-nederland/.

Kritische noot

Volgens de Cass Review werd het gebruik van puberteitsremmers voor dit doel eerst gerapporteerd in een enkele casusstudie (1998) en daarna in het oorspronkelijke Nederlandse cohort (2011) (bron). Biggs (2023) concludeert dat de claims waarmee de behandeling werd verantwoord, namelijk dat ze omkeerbaar is en een hulpmiddel bij de diagnose, steeds minder aannemelijk zijn; het belangrijkste bewijs kwam uit een longitudinale studie van 70 adolescenten, waarvan de bevindingen berustten op een klein aantal waarnemingen en niet-vergelijkbare meetinstrumenten voor genderdysforie, en een Britse replicatiestudie vond geen verbetering (bron).4

Zie ook

Voetnoten

  1. Gooren LJG. Care of transsexual persons. N Engl J Med. 2011;364(13):1251–7.
  2. Cohen-Kettenis PT, van Goozen SHM. Pubertal delay as an aid in diagnosis and treatment of a transsexual adolescent. Eur Child Adolesc Psychiatry. 1998;7(4):246–8.
  3. Delemarre-van de Waal HA, Cohen-Kettenis PT. Clinical management of gender identity disorder in adolescents. Eur J Endocrinol. 2006;155(S1):S131–7.
  4. Biggs M. The Dutch Protocol for juvenile transsexuals: origins and evidence. J Sex Marital Ther. 2023;49(4):348–68.