Protocol › Definitie · Laatst herzien 2026-05-16
Definitie
Samenvatting
Het Dutch Protocol wordt in de klinische literatuur gedefinieerd als een gefaseerd, multidisciplinair behandeltraject voor adolescenten met persisterende, vroeg-aanvankende genderdysforie. Het omvat: (1) een uitgebreide diagnostische psychologische evaluatie, (2) reversibele onderdrukking van de endogene puberteit met GnRH-agonisten vanaf Tanner-stadium 2–3, (3) cross-seksehormoontherapie vanaf ongeveer 16 jaar, en (4) genderbevestigende chirurgie vanaf 18 jaar.1
1. Klinische definitie
Het Dutch Protocol verwijst naar het gefaseerde, multidisciplinaire behandeltraject voor adolescenten met persisterende, vroeg-aanvankende genderdysforie, zoals geformaliseerd aan het VU Universitair Medisch Centrum (VUmc) tussen 1987 en 2006 (zie oorsprong). Het protocol omvat:
- Een uitgebreide diagnostische fase met psychologische en psychiatrische beoordeling, uitgevoerd door een gespecialiseerd multidisciplinair team.
- Reversibele onderdrukking van de endogene puberteit met gonadotropine-releasing hormoon-agonisten (GnRHa, doorgaans triptoreline of leuproreïne) vanaf Tanner-stadium 2 of 3.2
- Cross-seksehormoontherapie (oestrogenen of testosteron) vanaf ongeveer 16 jaar.
- Genderbevestigende chirurgie vanaf 18 jaar.
Voor een uitgebreide bespreking van elke fase, zie /nl/protocol/de-drie-fasen/.
2. Onderscheidende kenmerken
Ten tijde van de introductie onderscheidde het Dutch Protocol zich van eerdere benaderingen door:
- De toepassing van puberteitssuppressie als diagnostische ruimte: de puberale ontwikkeling bevriezen om de patiënt en het behandelteam tijd voor evaluatie te geven.3
- Strikte leeftijds- en inclusiecriteria, waaronder het eerder aanwezig zijn van genderdysforie vanaf de kindertijd.
- Uitsluiting van patiënten met onbehandelde ernstige psychiatrische comorbiditeit.
- Een multidisciplinaire opzet met betrokkenheid van kinderendocrinologen, kinderpsychiaters, klinisch psychologen en — waar geïndiceerd — chirurgen.
3. Terminologische opmerking
In de internationale literatuur wordt de term "Dutch Protocol" breed gebruikt; in Nederland zelf sprak men lang van "het VUmc-protocol" of "de Amsterdamse benadering". De term "Dutch Protocol" verschijnt prominent in de cohortstudie van de Vries et al. (2014) en in de Endocrine Society-richtlijnen (2009, herzien 2017).4
Kritische noot
De formulering "reversibele suppressie" voor de GnRHa-fase is bekritiseerd door de Cass Review (2024): langetermijneffecten op botdichtheid, hersenontwikkeling en seksuele rijping zijn onvoldoende onderzocht om de claim van volledige reversibiliteit te onderbouwen. Bovendien stroomt 96–98% van de behandelde adolescenten door naar cross-seksehormonen, wat suggereert dat de fase functioneel niet "neutraal-diagnostisch" is.5
Zie ook
- Historische achtergrond: Oorsprong VUmc
- Per behandelfase: De drie fasen
- Klinische criteria: Inclusie, Exclusie, Leeftijd / Tanner
- Primaire bronnen: CK 1998, Delemarre 2006
- Termen (GnRHa, CSH, Tanner): Woordenlijst (EN)
Voetnoten
- de Vries ALC, Cohen-Kettenis PT. Clinical management of gender dysphoria in children and adolescents: the Dutch approach. J Homosex. 2012;59(3):301–20.
- Delemarre-van de Waal HA, Cohen-Kettenis PT. Clinical management of gender identity disorder in adolescents. Eur J Endocrinol. 2006;155(suppl 1):S131–7.
- Cohen-Kettenis PT, van Goozen SHM. Pubertal delay as an aid in diagnosis and treatment of a transsexual adolescent. Eur Child Adolesc Psychiatry. 1998;7(4):246–8.
- Hembree WC, Cohen-Kettenis PT, Gooren L, et al. Endocrine treatment of gender-dysphoric/gender-incongruent persons. J Clin Endocrinol Metab. 2017;102(11):3869–903.
- Cass H. Independent review of gender identity services for children and young people: final report. NHS England; april 2024.